Menu
  Plotseling licht in duistere Europa Cup-tijden

Plotseling licht in duistere Europa Cup-tijden

Deze week gaan we terug naar 19 maart 1980, wanneer Ajax even het licht aandoet in duistere Europa Cup-jaren.


Jaap Visser van Kick uitgevers (de boekenpartner van Ajax) schrijft elke week een blog over de geschiedenis van Ajax.


In de ouderwetse Europa Cup, het toernooi van louter landskampioenen, valt met een beetje mazzel snelle roem te vergaren. Met 32 winnaars van een landstitel aan de start, is het van meet af aan een afvalrace en omdat de loting niet gestuurd wordt, kan een kleine club via het knock-outsysteem al snel een heel eind komen.

Kleintje in het Europese voetbal
In 1979, aan het einde van een decennium met de grootste clubsuccessen, is Ajax zo’n kleintje in het Europese voetbal. Maar nog wel een flink stuk groter dan de kampioenen van Finland (HJK Helsinki) en Cyprus (Omonia Nicosia), de 2 makkies die de Amsterdammers in de 1e 2 Europa Cup-ronden treffen. Daardoor staat Ajax zomaar ineens in de kwartfinale en treft het in Racing Strasbourg warempel nogmaals een zwakkere broeder in het resterende deelnemersveld.

Tshen-La Ling gaat pootje over bij Raymond Domenech. Beeld: Ajax Erfgoed
Tshen-La Ling gaat pootje over bij Raymond Domenech. Beeld: Ajax Erfgoed

Na een draak van een heenwedstrijd in Straatsburg (0-0) lonkt zowaar een plaatsje in de halve eindstrijd en dus een terugkeer in de Europese top. Strasbourg was in 1979 de verrassende kampioen van Frankrijk, maar is alweer op z’n retour.

Geweldig spelende Ruud Krol

De flamboyante Gilbert Gress, die als middenvelder van Olympique Marseille in 1971 al eens was gekleineerd door het grote Ajax, beschikt als trainer over aardig spelersmateriaal, maar dat laat zich lastig tot een team vormen. En daar maakt Ajax gretig gebruik van.

Onder aanvoering van een geweldig spelende Ruud Krol wordt Strasbourg in een akelig koud en winderig Olympisch Stadion onmiddellijk bij de strot gegrepen en langzaam maar zeker gewurgd. Libero Krol speelt ver voor de verdedigers Wim Meutstege, Kees Zwamborn en Peter Boeve en regisseert het overweldigende Amsterdamse aanvalsspel waarop de Fransen het antwoord schuldig blijven.

'We kunnen ze allemaal hebben'

Met kunst en vliegwerk weet keeper Dominique Dropsy nog ruim een half uur de nul te houden, maar daarna is hij reddeloos verloren. Met 4 mooie doelpunten, waarvan de 1e 3 door Krol prachtig worden ingeleid, baart Ajax voor het eerst sinds de glorietijd van Cruijff en Keizer weer enig opzien in Europa.

Vanaf links Søren Lerby, Frank Arnesen en Henning Jensen, de 3 Ajax-Denen hebben zich geplaatst voor de halve finale. Bron: Ajax Erfgoed
Vanaf links Søren Lerby, Frank Arnesen en Henning Jensen, de 3 Ajax-Denen hebben zich geplaatst voor de halve finale. Bron: Ajax Erfgoed

En dat met een ploeg zonder echte midvoor, maar wel met de handige buitenspelers Tshen-La Ling en Simon Tahamata en met enorm dynamische en geraffineerde middenvelders, de 3 Denen Henning Jensen, Søren Lerby en Frank Arnesen, plus de onvermoeibare Dick Schoenaker. En met een Ruud Krol, de laatste Mohikaan van het gouden Ajax, op zijn allerbest natuurlijk.

Voorkeur voor halve finale
Leo Beenhakker is na de 4-0 een trotse eerstejaars Ajax-coach en als de Rotterdammer wordt gevraagd of hij nog voorkeur heeft voor de halve finale (Hamburger SV, Nottingham Forest of Real Madrid), zegt hij met Amsterdamse bluf: 'Niet echt, we kunnen ze allemaal hebben.' Dat zou uiteindelijk slechts een klein beetje grootspraak blijken.

Fotobijschrift (boven): Francis Piasecki kijkt met open mond toe hoe uitblinker Ruud Krol met een verbeten gezicht de Ajax-verdediging ontzet.
Bron: Ajax Erfgoed

Ajax Encyclopedie