Menu
Bonsink blij, maar Beenhakker ziet een bui naderen

Bonsink blij, maar Beenhakker ziet een bui naderen

Deze week gaan we terug naar 10 februari 1980, wanneer Karel Bonsink voor zichzelf een plekje in de Ajax-historie veiligstelt.


Jaap Visser van Kick uitgevers (de boekenpartner van Ajax) schrijft elke week een blog over de geschiedenis van Ajax.


Met zakelijk spel, en volgens sommige krantenverslagen zelfs op halve kracht, ontdoet Ajax zich aan de Jan Gijzenkade van thuisclub Haarlem.

Het wordt 1-3 in het met 16.000 toeschouwers volgepakte stadion en na de 5e zege in de 5e competitiewedstrijd na de jaarwisseling is zo’n beetje iedereen ervan overtuigd dat de landskampioen freewheelend op weg naar titelprolongatie is.

Maar trainer Leo Beenhakker is er nog niet gerust op. ‘We moeten waken voor verslapping’, zegt de aan het begin van het seizoen tot hoofdcoach gepromoveerde jeugdtrainer.

Ajax verslapt wel degelijk

Beenhakker ziet een bui naderen, die verder niemand opmerkt. Ajax zal in 1980 inderdaad opnieuw kampioen worden, maar vraag niet hoe. Na Haarlem-uit resteren nog 12 competitiewedstrijden en daar zullen er maar 4 van gewonnen worden.

Karel Bonsink (met nummer 14), juicht om zijn doelpunt tegen Haarlem, de 2000e van Ajax in de Eredivisie. Rechts Tshen-La ling (9), midden Abe van der Ban, links Keith Masefield. Ook Piet Schrijvers juicht in het Ajax-doel. Beeld: Ajax Erfgoed
Karel Bonsink (met nummer 14), juicht om zijn doelpunt tegen Haarlem, de 2000e van Ajax in de Eredivisie. Rechts Tshen-La ling (9), midden Abe van der Ban, links Keith Masefield. Ook Piet Schrijvers juicht in het Ajax-doel. Beeld: Ajax Erfgoed

Ajax verslapt wel degelijk en misschien komt dat door een overladen programma, want de ploeg van Beenhakkers elftal dringt zowaar door tot de halve finale van het Europa Cup 1-toernooi en bereikt ook nog de KNVB Bekerfinale.

Treffer met eeuwigheidswaarde

In Haarlem wint Ajax vrij simpel, maar schuift Beenhakker onrustig heen en weer op de bank. Hij vindt dat te veel Ajacieden het competitiewerk te makkelijk opvatten. Dat geldt in elk geval niet voor Karel Bonsink, maker van de 0-2, een treffer met eeuwigheidswaarde, want hij gaat de boeken in als de tweeduizendste van Ajax sinds de invoering van de Eredivisie in 1956.

Leuk voor Amsterdamse Karel wiens eerste Ajax-seizoen meteen zijn laatste zal zijn. Bonsink was een talentvolle linksbuiten toen Ajax hem eind jaren ‘60 al wilde hebben. Maar Karel zag dat zich in de Meer een groots elftal aan het oprichten was en hij vreesde een reserverol. Daarom koos hij voor DWS, de 2e club van de hoofdstad, waar hij meteen basisspeler werd.

Geen vertrouwen van de trainer

Maar in zijn hart wilde Karel maar wat graag voor Ajax voetballen. Dus wanneer hij 10 jaar later een gerijpte vleugelaanvaller is, en Ajax een gevallen grootmacht, komt het er toch van.

Maar Bonsink heeft de pech dat trainer Cor Brom al vroeg in het seizoen wordt ontslagen, officieel omdat hij tijdens een trainingskamp in Drenthe heimelijk geschenken zou hebben aangenomen, waaronder een pony voor zijn dochter en een half varken in karbonades en schnitzels, maar feitelijk omdat voorzitter Ton Harmsen hem maar een prutser vindt.

De barse baas van Ajax is gecharmeerd van Beenhakker die hij van de jeugd overhevelt naar het 1e elftal. En daarmee is Bonsink gezien, want van de nieuwe trainer mag hij alleen meedoen als die krap in zijn favoriete spelers zit.

Karel krijgt zo weinig vertrouwen van Beenhakker dat hij het na het moeizame kampioenschap van 1980 maar meteen weer voor gezien houdt in de Meer.

Fotobijschrift (boven): Karel Bonsink in duel met Haarlems Frank van leen.
Bron: Ajax Erfgoed
Ajax Jaarboek