Kleinere goden breken woeste aanvalsgolven van Benfica

Kleinere goden breken woeste aanvalsgolven van Benfica

Deze week gaan we terug naar 19 april 1972, wanneer Ajax zich in het Stadion van het Licht naar de Europa Cup-finale in de Rotterdamse Kuip zwoegt.


Jaap Visser van Kick uitgevers (de boekenpartner van Ajax) schrijft elke week een blog over de geschiedenis van Ajax.


Soms, daar zijn de Nederlandse dagbladen het over eens, wordt zichtbaar dat het grote Ajax van de vroege jaren '70 meer dan alleen zijn grootste spelers, Johan Cruijff en Piet Keizer, is. Op dagen dat de Amsterdamse genieën niks geniaals doen, valt de ijver en de wilskracht van kleinere spelers op.

Zoals in Lissabon waar Ajax in de halve finale van de Europa Cup 1 een magere 1-0-voorsprong met succes verdedigt. Keeper Heinz Stuy, stopper Barry Hulshoff, linksback Ruud Krol en middenvelder Johan Neeskens excelleren in het Estádio da Luz waar zij de woeste Portugese aanvalsgolven breken.

Zijn de Grote Twee toch voetbalmoe?
Deel 1 van deze halve Europese finale was geen al te beste wedstrijd, het vervolg in Lissabon is helemaal niet om aan te zien. Na de 1-0 in Amsterdam (kopgoal Sjaak Swart) vroegen de kranten zich af of het overbelaste Ajax uit vorm en de uitputting nabij was.

Rumoer in het Estadio da Luz waar gefrustreerde fans van Benfica zitkussentjes op het veld gooien. Toni (8) vraagt om kalmte. Links Ruud Krol (5) en aanvoerder Piet Keizer. Rechts Artur Correia. Bron: Nationaal Archief/Anefo, 925-5407
Rumoer in het Estadio da Luz waar gefrustreerde fans van Benfica zitkussentjes op het veld gooien. Toni (8) vraagt om kalmte. Links Ruud Krol (5) en aanvoerder Piet Keizer. Rechts Artur Correia. Bron: Nationaal Archief/Anefo, 925-5407

Cruijff en Keizer gaven het antwoord met 2 daverende overwinningen: 8-0 thuis tegen MVV en 5-1 uit bij Feyenoord. Maar nu roepen de Grote Twee toch opnieuw de vraag op of zij niet voetbalmoe zijn.

'De marine kan het weten, Ajax laat Benfica zweten'

In Da Luz krijgt Ajax supporterssteun van de bemanning van het in Lissabon afgemeerde marinefregat Evertsen. De Jantjes ontvouwen op de volgepakte tribunes een groot spandoek met de tekst: 'De marine kan het weten, Ajax laat Benfica zweten.' Maar het is eerder andersom, vooral nadat scheidsrechter Norman Burtenshaw in de openingsfase een ogenschijnlijk glaszuivere goal van Neeskens heeft afgekeurd.

Naderhand zal de Engelsman verklaren dat hij had gezien wat niemand anders had waargenomen, dat De Nees buitenspel stond. De miskleun van Burtenshaw maakt Ajax nerveus. Had Benfica de kwartfinale tegen Feyenoord niet overleefd omdat het op eigen veld de helpende hand van een Britse arbiter kreeg toegestoken?

Ook bij Piet Keizer springen de ballen van de voet
Bovendien heeft Cruijff zijn avond niet, bij hoge uitzondering is Johan geen betrouwbaar aanspeelpunt. En Keizer werkt weliswaar hard, maar ook bij Piet springen de ballen van de voet. Daardoor kan Benfica een groot veldoverwicht opbouwen, maar door gehaast aanvalsspel en de onverzettelijkheid van de Amsterdamse verdediging leidt dat niet tot Portugese goals.

Hoewel Het Genie in Lissabon niks geniaals heeft gedaan, zijn er bij terugkeer op Schiphol kusjes en bloemen voor de hem. Bron: Nationaal Archief/Anefo, 925-5454
Hoewel Het Genie in Lissabon niks geniaals heeft gedaan, zijn er bij terugkeer op Schiphol kusjes en bloemen voor de hem. Bron: Nationaal Archief/Anefo, 925-5454

Ajax haalt de finale met 0-0 waarna de matrozen van de Evertsen het veld bestormen voor een eresaluut aan de Ajacieden. Maar de marinejongens komen niet ver, ze worden door de sterke arm van het dan nog dictatoriale Portugese bewind zonder pardon in elkaar gemept.

En hoe is het gesteld met Cruijff en Keizer? Uit de kunst, zo zullen zij 6 weken later laten zien wanneer zij de finale in Rotterdam tegen Internazionale tot hun glansoptreden maken.

Lees ook: Ajax wreekt zich op vals spelende Oost-Duitsers

Fotobijschrift (boven): Johan Neeskens (links) en Barry Hulshoff vragen aan Benfica’s grootheid Eusebio of alles goed met hem is. Rechts Rui Jordão.
Bron: Nationaal Archief/Anefo, 925-5409