24 juli 1976.
In de catacomben van Ajax-stadion de Meer maken de spelers van Ajax en het Surinaamse Robin Hood zich klaar voor een oefenduel. Het is voor de Ajacieden het eerste meetmoment in de voorbereiding op het seizoen 1976/1977. De kersverse Ajax-trainer Tomislav Ivic drentelt gespannen door de gangen en het pleintje naar het veld. Voor aanwinst Dick Schoenaker geldt hetzelfde. De trainer uit Kroatië en zijn middenvelder staan allebei voor hun eerste wedstrijd als Ajacied. Voor beiden lonkt een officieus debuut.
Vanuit hun kleedkamer wandelen ook de spelers - allen amateurs - van Robin Hood rustig richting speelveld. Ook hier klinkt het driftige getik van noppen op de stenen vloer. De eerste kampioen van het in november 1975 onafhankelijk geworden Suriname maakt een heuse tournee langs de Nederlandse velden. Na Ajax zal de club uit Paramaribo nog oefenen tegen Feyenoord, NEC, FC Den Haag, Haarlem en het Utrechtse Elinkwijk.
Gehuld in een shirt met rugnummer 11 is ook Errol Emanuelson klaar voor de strijd. De 23-jarige Surinamer kijkt zelfverzekerd om zich heen. De linksbuiten heeft er, als altijd, zin in. Dat de spijkerharde Wim Suurbier, rechtsback uit het Gouden Ajax, vandaag zijn directe tegenstander is, deert de aanvaller niet. Ook bekende en ervaren Ajacieden als Ruud Krol, Ruud Geels, de gracieuze Frank Arnesen of massieve doelman Piet Schrijvers boezemen hem geen angst in. Emanuelson maakt zich niet snel druk. En al helemaal niet voor een fijne voetbalwedstrijd.
Altijd uitgaan van eigen kracht, is het motto van de vleugelaanvaller. Geen trainer, laat staan tegenstander, die daar iets aan kan veranderen. Met zijn natuurlijke branie en flair oogt Emanuelson onverstoorbaar…
10 juli 2026.
Errol en Urby Emanuelson delen een bank op sportcomplex de Toekomst. Tot verrassing van de assistent-trainer van Jong Ajax is zijn vader naar het Ajax-terrein gekomen. Of eigenlijk: gelokt. Daarover later meer. Zijn jongste zoon zal een week later zijn veertigste verjaardag vieren. De 255-voudige oud-Ajacied heeft het seizoen afgesloten als assistent-trainer van Jong Ajax. Urby verkeert in vakantiestemming. Samen blikken ze terug op het historische oefenduel van een halve eeuw geleden..
Vanaf hun jongste jaren drukte Errol zijn drie kinderen op het hart om 'altijd hard te werken.' Al helemaal op het voetbalveld. "Ik heb altijd tegen mijn twee voetballende jongens gezegd dat ze harder moeten werken dan een ander. Anders kom je er nooit bij", vertelt Errol Emanuelson, die uiteindelijk zelf tot zijn 68e actief was als voetbalveteraan.
''Je moet zelf investeren in het voetbal. Er alles aan doen om constant te presteren. Da’s belangrijk. Zelf was ik van jongs af aan altijd aan het voetballen. In Suriname was ik elke dag bezig met een bal. Op het veld achter het huis waarin ik opgroeide, lag een grasveldje. Ploegen van de Surinaamse bond trainden daar. Daar pikte ik wel eens een balletje. Daarmee kon ik een dag lang voetballen. ''Glimlachend: ‘’Dat was mijn kwajongensstreek. Alleen als mijn vader langskwam moest ik schuilen.''
Pater familias
Urby hoort de anekdote glimlachend aan. Hij kent zijn vader vooral als een meelevende en betrokken voetbalvader. En als een eigenzinnige pater familias. ''Tegen mij en mijn broer zei hij vaak dat we niet te veel naar de trainer moesten luisteren'', vertelt de jongste Emanuelson. ''Op het veld moest we zelf creatief zijn en dingen verzinnen. 'Op het veld ben jij de baas', zei hij vaak. Echt heel vaak, eigenlijk wel voor elke training en iedere wedstrijd.''
24 juli 1976
Tijd voor televisiebeelden uit een lang vervlogen tijd. Het is de voornaamste reden waarom vader en zoon heimelijk bij elkaar zijn gebracht. Urby sprak ooit de vurige wens uit dat hij zijn vader wel eens in actie wilde zien. Bewegende beelden van de linksbuiten blijken helaas zeer zeldzaam. Van het Surinaamse bezoek aan de Meer werd door een publieke omroep wel een reportage gemaakt. Meer een journalistieke reportage dan wedstrijdverslag. De beelden zijn bijzonder genoeg om ze te delen met vader en zoon.
De Emanuelsons zien onder meer de Robin Hood-selectie aankomen op Schiphol. De delegatie wordt verwelkomd door Surinaamse voetbalfans. Sommigen zijn gekleed in traditionele Surinaamse kleding. Nog interessanter wordt het als de Surinaamse kampioen het veld van de Meer betreedt. Gebiologeerd kijken Emanuelson senior en junior toe. Hoe hoger het voetbalgehalte van de oude televisiebeelden, hoe mooier..
Foto’s: Privécollectie Errol Emanuelson
De spelers van de Surinaamse topclub dragen fraaie shirts in de Surinaamse kleuren. Groen, rood en wit. De voetballers zijn vaak wat kleiner dan de Bakra’s, de Nederlandse opponenten. Maar het zijn zonder uitzondering atletische gestaltes. Het is de krachtige elegantie die het Nederlandse voetbal jaren later pas echt verrijkt. De bezoekers van overzee torsen een kolossale vlag mee. Midden op het dundoek prijkt een grote gele ster; de vlag is een trots symbool van de onafhankelijke republiek Suriname.
Wat opvalt zijn de volgepakte tribunes van de Meer. Ook in het oude Ajax-stadion worden de amateurvoetballers gesteund door vele enthousiaste en in Nederland woonachtige - soms gevluchte - Surinamers. Van de ruim achttienduizend toeschouwers heeft het merendeel een Surinaamse achtergrond. In die feestelijke sfeer lijkt het wel alsof Ajax een uit- in plaats van een thuiswedstrijd speelt.. Op een enkel juichbeeld na, zijn er in de repo amper voetbalacties terug te zien. De bal duikt sporadisch op. Helaas.
''Jammer dat in die tijd niet veel tijd aan de wedstrijd is besteed'', vervolgt Urby terwijl hij de beelden gebiologeerd bekijkt. Zijn vader terugzien in de versie van een halve eeuw terug is al heel speciaal. ''Ik heb nooit voetbalbeelden van mijn vader gezien. Bewegende beelden dan. Ik zal het moeten doen met de verhalen die ik van de mensen hoor die hem hebben zien spelen. En met de foto’s die ik van hem heb.''
Getuigenissen
Foto’s en krantenknipsels zijn er gelukkig wel van Emanuelson en zijn ploeggenoten van Robin Hood. Uit die getuigenissen rijst het beeld van een zeer technische en pijlsnelle aanvaller. Eentje die de honderd meter binnen elf seconden liep en zowel vanaf links als rechts uitstekend uit de voeten kon.
''Verhalen die ik vooral van oudere Surinamers hoor, gaan over de dribbelaar die mijn vader was'', vervolgt de assistent-trainer van Jong Ajax. ''Hij was een pure dribbelaar, een echte aanvaller. Eentje die veel snelheid had. Wat dat betreft was ik als speler allrounder. Meer een middenvelder.''
Dat Emanuelson in de zomer van 1976 indruk maakte tegen Ajax staat zwart op wit. Na een glansoptreden in de Meer drukte Voetbal International een groots compliment af. 'Errol Emanuelson is meer slangenmens dan Rob Rensenbrink', schreef het voetbalweekblad onomwonden in het wedstrijdverslag over de man die ook scoorde tegen Ajax. Emanuelson speelde de iconische Ajacied Suurbier zo vaak door de benen dat wraak niet uit kon blijven.
Na de zoveelste geslaagde schijnbeweging vond Suurbier het welletjes. De rechtsback schopte zijn plaaggeest grof onderuit. De aanslag op zijn kuiten betekende einde wedstrijd voor Emanuelson. Al kon hij best doorspelen. ''Onze trainer Ro Kolf haalde me uit voorzorg naar de kant'', bezweert de Surinaamse Rensenbrink. ''Hij had me daarna nog nodig voor andere wedstrijden.''
10 juli 2026
Het Gummimannetje. The Rumba Man. Het zijn twee koosnamen die Errol Emanuelson kreeg als voetballer. Ze passen bij de verhalen die oudere Surinamers over hem vertellen en de bronnen die hem beschrijven. Een speler met een elastieken souplesse. De oude Emanuelson is in Suriname een voetbalheld.
''Zijn flair zal hij altijd houden'', vertelt de voetbaltrainer met een knikje naar zijn vader. ''Ik ken die bijnamen al langer. Gummimannetje stond ooit boven een interview met mij in Ajax Magazine. Dat was in 2006. Het grappige is dat Demy de Zeeuw en Klaas Jan Huntelaar dat zagen en mij sindsdien zo zijn gaan noemen. Als we elkaar tegen komen, krijg ik het te horen. Het is een bijzondere naam, die blijft wel hangen.'' Het originele en oudste Gummimannetje hoort het goedkeurend aan.
Sensationeel scoreverloop
Hoewel wedstrijdbeelden dus zeldzaam zijn, valt het scoreverloop makkelijk terug te vinden. En dat was sensationeel. Mede door het doelpunt van Emanuelson namen de amateurs van Robin Hood een verrassende 3-1-voorsprong. Ajax schakelde daarna een tandje bij en bracht onder meer met Tscheu-la Ling een klassevolle invaller in.
''Dat was het verschil tussen Ajax en onze ploeg'', vergelijkt Errol Emanuelson de krachtsverhoudingen, ook in de twee dug-outs. ''Onze invallers waren minder goed. Ons spel werd minder.'' Robin Hood kon zijn 'Soul voetbal' - zoals sommige media het Surinaamse spel omschreven - niet volhouden.
Tot hun opluchting zagen de debutanten Ivic en Schoenaker dat hun ploeg zich diep in de blessuretijd alsnog langs Robin Hood worstelde. Spits Ruud Geels maakte op de valreep de 4-3. De Ajacieden ontsnapten maar net aan valse start van de voorbereiding.
Emanuelson senior baalt er bijna vijftig jaar later nog steeds van. Robin Hood was minimaal gelijkwaardig aan Ajax. Sommige Surinaamse spelers waren in zijn optiek zelfs beter dan sommige Ajacieden. ''We hadden gelijk moeten spelen'', klinkt het nog steeds teleurgesteld.
Techniek en onbevangenheid
Ook in de daarop volgende vriendschappelijke ontmoetingen maakte de kampioen van Suriname een goede indruk. Echte voetballiefhebbers laafden zich aan de techniek en onbevangenheid van de Zuid-Amerikanen. Sommige Surinamers leken daarmee een verrijking voor de Eredivisie. Maar wat zijn zonen Julian en Urby decennia later wel lukte, daarin slaagde 'pa' na de geslaagde oefentournee niet. Errol Emanuelson mocht zich weliswaar laten zien tijdens een stage, maar hij werd niet aangenomen bij Ajax. Ook het meetrainen bij andere clubs bleef vruchteloos.
''Het was geen makkelijke tijd voor Surinaamse voetballers'', weet Emanuelson senior. Surinaamse Nederlanders hadden het in de jaren zeventig en begin tachtig lastig, zowel op het veld als daarbuiten. Sociaal-maatschappelijk moesten ze zich extra bewijzen en werden kritisch bekeken en beoordeeld.
Desondanks verscheen ook de oude Emanuelson in de jaren negentig vrijwel dagelijks bij Ajax. Nu als voetbalvader van zijn talentvolle zonen, die allebei een plek bemachtigden in de jeugdopleiding. Af en toe wordt Errol nog wel herkend. Dan voeren de gesprekken met vooral Surinaamse Amsterdammers terug naar zijn glansoptreden in de zomer van 1976. De onnavolgbare schijnbewegingen en doelpunten van het Gummimannetje blijken nog lang niet vergeten.
Errol is trots op zijn dochter en de twee zonen, waarvan er eentje zelfs uitgroeide tot een clubicoon. Urby is zoals dat zo mooi heet een 'kind van de club'. Hij is bovendien prominent lid van Ajax’ Club van 100. Zijn mooie carrière voerde hem bovendien langs clubs als AC Milan, Fulham en AS Roma. De jongste Emanuelson mocht doen, wat ook vader Emanuelson zo graag had willen laten zien. Ook hij had als profvoetballer willen schitteren in de Meer en op andere Europese velden.
De trots is onverminderd groot, de band tussen vader en zoon onverwoestbaar. Van Urby zijn voetbalvideo’s in overvloed. De zoektocht naar actiebeeld van de oude Emanuelson wordt onverminderd voortgezet. ''Want het blijft een droom om mijn vader in actie te zien.''



