De honkbaltak werd in 1921 opgericht. Daan Roodenburgh was die periode een van de drijvende krachten binnen de nieuwe tak van de vereniging. De latere secretaris en vooral ook architect van Ajax’ stadion de Meer - waar de club van 1934 tot 1996 speelde - maakte zijn clubgenoten enthousiast voor de zomersport.
Succes
De honkbaltak nam zo’n vlucht dat succes niet lang op zich liet wachten. Al in 1924 werden de honkballers van Ajax landskampioen. Vier jaar later kwam daar een tweede landstitel bij. En ook in 1942 en 1948 speelde Ajax het beste honkbal van Nederland. In dat laatste kampioensjaar had de voetbaltak acht landstitels en 'pas' twee bekers op zijn erelijst staan.
Tijdens en vooral ook na de Tweede Wereldoorlog werd het honkbal steeds populairder in Nederland. Ook de wedstrijden van 'Ajax Honkbal' trokken steeds meer publiek. Met regelmaat speelden de Ajacieden hun duels met vijfduizend liefhebbers op de tribune. Vooral de Amsterdamse stadsderby’s trokken veel bekijks.
De jonge catcher Johan Cruijff
Naast de Ajax-leden die vooral uitblonken op het honkbalveld, bekwaamden ook de voetballende uitblinkers zich in het baseball. De teamfoto met daarop de jonge catcher Johan Cruijff is het bekendst. Maar ook Ajax-iconen als Rinus Michels, Sjaak Swart en Bobby Haarms wisten wel raad met de bal en het slaghout. Ook de eerste elftalspelers Henk Blomvliet en Loek den Edel, plus de latere bestuurder en erelid Leo van Wijk, waren bekende honkballende Ajacieden. Het team met daarin onder meer Cruijff en Van Wijk werd kampioen van Amsterdam.
Ook Piet Ouderland verdient een speciale vermelding. De speler van Ajax 1 uit de jaren vijftig en begin zestig was een zeer goede honkballer en basketballer. Hij werd in al die drie sporten landskampioen, maar alleen met voetbal bij Ajax. Ouderland speelde 263 wedstrijden in Ajax 1. Hij is de enige sportman die international werd in twee takken van sport: voetbal en basketbal.
In de collectie van Ajax Erfgoed zijn nog talloze verwijzingen naar het honkbalverleden van Ajax terug te vinden. Ook op sportcomplex de Toekomst wordt de herinnering aan het honkbalverleden levendig gehouden. Op het glas-in-lood aan de muur staan duidelijk een catcher en slagman van de Ajax-ploeg afgebeeld. Het glas-in-lood is een topstuk in de Erfgoed-verzameling; het werd in 1996 na de verhuizing uit de Meer met zorg overgebracht naar de Toekomst.
In 1972 besloot Ajax de honkbaltak op te heffen. Tot teleurstelling van onder meer honkbal-bestuurslid André Kraan. Het erelid wijdde er in het eigen Ajax Clubnieuws een emotioneel ‘Ten afscheid’ aan. ‘Wij bewaren allen aan de honkbaltijd de meest prettige herinneringen’, schreef clubman Kraan over de sport 'om slag en wijd'. 'Bal en knuppel zijn opgeborgen. (..) Als troost blijven de herinneringen. Een grote troost want het zijn vele mooie.' Na ruim vijftig jaar Ajax-honkbal richtte de club zich voortaan alleen nog op voetbal.
Ajax en adidas eren het roemruchte en mooie honkbalverleden op de 126e verjaardag van de club met een exclusieve baseballijn.



