Het afscheid contrasteerde nogal met de mooie jaren die Stuy eerder beleefde als Ajacied. Over zijn teleurstellend verlopen laatste seizoenen als Ajax-doelman later meer. Eerst terug naar het begin. De van Telstar overgenomen doelman maakte zijn debuut op 11 september 1968. In de Internationale Zomercompetitie - kortweg Intertoto - was Torino Calcio de tegenstander. De debuutwedstrijd eindigde in een gelijkspel: 1-1.
In hiërarchie achter Bals
Stuy keepte in dat seizoen 1968/1969 slechts twee duels. Gert Bals was toentertijd Ajax’ eerste doelman. Ook in 1969/1970 bleef die hiërarchie gehandhaafd. Dat jaar moest Stuy genoegen nemen met vijf optredens. Hoe spaarzaam de speeltijd ook was, de IJmuidenaar bonsde hard op de deur bij zijn trainer Rinus Michels. Zelfs zo hard en overtuigend dat de Amsterdamse trainer Bals passeerde.
Michels had ook met het oog op de toekomst meer vertrouwen in de keeperskwaliteiten van Stuy. De nieuwbakken eerste doelman betaalde het vertrouwen terug en werd al snel een belangrijke schakel in de opbouw van het Gouden Ajax. Michels kneedde zijn Ajacieden tot een ploeg die Europa en ook de wereld zou veroveren.
In het jaar van Ajax' Europese doorbraak, 1970/1971, bemachtigde Stuy de status van onbetwiste nummer één. De IJmonder keepte dat memorabele seizoen alles en dus ook de finale waarin Ajax zijn eerste Europa Cup I - de latere UEFA Champions League - won. Op 2 juni 1971 werd op Wembley Panathinaikos met 2-0 verslagen. Nadat aanvoerder Velibor Vasović de belangrijkste Europese trofee had ontvangen, belandde deze in de handen van zijn doelman.
Nul tegengoals in drie Europa Cup-finales
Ook in 1972 en 1973 liet Ajax zich kronen tot de kampioen van Europa. Net als in de finale tegen de Griekse kampioen hield Stuy ook de nul in de finales tegen Internazionale (1972) en Juventus: 1973.
In september 1972 won de club zijn eerste Wereldbeker voor clubteams. Onder de vertrouwde Ajax-gezichten bevond zich steevast ook dat van 'Heinzie'. Ondanks dat hij wel eens een balletje losliet, naar eigen zeggen om het effect eruit te halen, was Stuy de doelman waarop het Grote Ajax kon bouwen. 'Heinz Kroket' - het leek wel alsof hij de bal loste als ware het een hete kroket - was een sterkhouder in de sterrenploeg van eerst Michels en daarna Stefan Kovács.
Na alle fenomenale voetbalsuccessen kon zowel Ajax als Stuy een sportieve neergang niet voorkomen. De winst van de Europese Supercup in januari 1974 was voor beiden een laatste hoogtepunt. In 1974/1975 verloor de doelman van het Gouden Ajax zijn plek onder de lat aan Piet Schrijvers. Stuy zal de beslissing van hoofdtrainer en tevens technisch directeur Hans Kraaij senior vol teleurstelling hebben geaccepteerd. De sportman pur sang kon niet anders.
Stand-in voor de veelzijdige Schrijvers
Stuy zwaaide af met vier optredens in het seizoen 1975/1976. De grote doelman was gedegradeerd tot stand-in voor de veelzijdige Schrijvers. Uitgerekend interim-trainer Michels gunde de IJmuidenaar zijn laatste momenten in het Ajax-shirt.
Zes dagen na zijn voorlaatste optreden, op bezoek bij Excelsior (0-2), werd de thuiswedstrijd tegen FC Den Haag de zwanenzang van de goalie, die eerder met zijn club zulke grote hoogtes had bereikt. Op 24 januari 1976 keepte Stuy zijn 193e en laatste wedstrijd als Ajacied. De selectiefoto die in de zomer van 1976 van de hoofdmacht werd gemaakt, was de eerste in acht jaar waarop de doelman ontbrak.
Wat blijft zijn de herinneringen. En dan vooral de mooie herinneringen aan de hoogtijdagen van Stuy, als de doelman van het Gouden Ajax. Tot op de dag van vandaag is de inmiddels tachtigjarige iconische goalie een trotse Ajacied.


