We komen samen op sportcomplex de Toekomst. Sinds deze zomer is dat de werkplek van Van Oudheusden. Zijn pad begon lang geleden. "Ik was vijftien toen ik erin rolde. Eerst bij mijn amateurclub en daarna bij Willem II." Daar werkte hij tot 2022 totdat hij een bijzonder belletje kreeg vanuit Azië. "Singapore, Lion City Sailors. Ik werd benaderd of ik de O17 wilde gaan doen daar. Er volgde een onlinegesprek en toen heb ik research gedaan over Singapore. En letterlijk alles wat ik vond, was positief. Daarbij was ik toen vrijgezel, gaf ik in zomers vaak trainingen in Amerika dus zo'n buitenlands avontuur trok me wel. Ik zette de stap. En die twee jaar, heel eerlijk, dat is misschien wel de meest bizarre tijd uit mijn leven. Ik denk niet dat daar nog iets bij in de buurt kan komen."
Twee jaar in Singapore
De Tilburger glimlacht en vertelt rustig door als we hem vragen waarom die tijd zo bijzonder was. "Ik begon bij de O17 en na drie of vier weken werd de hoofdtrainer ontslagen. Toen werd ik doorgeschoven naar het eerste elftal als assistent-trainer. Dat zat natuurlijk niet in mijn hoofd. Ik bleef het combineren met mijn functie bij de O17 en later ook als trainer van de O21."
Pas toen Aleksandar Ranković naar de club kwam ging de focus van Van Oudheusden volledig op het eerste team. "Het mooie was dat we toen de Aziatische Champions League gingen spelen. We reisden naar Zuid-Korea, Thailand, China en wonnen zelfs in Hongkong. Dat was iets unieks en een geweldige ervaring. Ik vond het mooi daar. Ik liet alles op me afkomen en ik genoot er enorm van”, lacht hij. "En ik was inderdaad ook nog een wedstrijd interim-hoofdtrainer", zegt hij, als we hem daarop attenderen. "Anderhalve week voordat Ranković kwam, heb ik één wedstrijd de leiding gehad. Die wilde ik natuurlijk winnen anders ben je de man van een duel, een verlies. Nou gelukkig wonnen we."
De verschillen tussen Nederland en Singapore zijn volgens Van Oudheusden enorm. Los van de geografische ligging en de taal, staat ook de manier van begeleiden mijlenver uit elkaar. "Het is echt heel anders, ze zijn daar heel volgzaam", zegt Van Oudheusden stellig. "Het grootste verschil met Nederland is dat spelers hier om uitleg vragen. Daar wilden ze gewoon het plan volgen en was er weinig interactie. In het begin waren we best kritisch in analyses en stelden we gerichte vragen. Vrij snel daarna kwam de aanvoerder om te zeggen dat wij het maar gewoon moesten vertellen en dat zij wel zouden volgen."
"Ze zijn heel respectvol, alleen dat heilige vuur om het echt te halen ontbrak nog wel eens", vertelt hij. "Voetbal is daar niet de ultieme jongensdroom. Daar is het een mooi alternatief, maar als je een goede baan krijgt in de bankierswereld is dat net zo mooi."
Daarbij moest Van Oudheusden 'dealen' met de verplichte dienstplicht. Spelers in Singapore moeten tussen hun zestiende en 22e twee jaar in dienst. Dat leverde soms merkwaardige en achteraf ludieke momenten op. "Ze kunnen dan bijna niet voetballen. We hadden een hele goede speler: hij debuteerde op zijn zestiende in het eerste, maar moest daarna in dienst dus hij was twee jaar weg. Sommigen probeerden wel te komen trainen, maar dat was afhankelijk van hun taak in het leger. Iemand meldde zich ooit af omdat hij aan een tank moest werken, op kamp ging om te leren schieten of zelfs een tank moest besturen. Ze stuurden wel eens foto’s als ze niet konden komen; een krankzinnige wereld. Maar daarom zijn ze heel gedisciplineerd en hebben ze veel respect voor de autoriteit", lacht hij.
Voorbeeld
"Maar ik vind Singapore echt een voorbeeld voor alle landen", zegt hij. "Ze hebben het echt goed voor elkaar en alles is goed georganiseerd. Wat opvalt is het openbaar vervoer: het kost bijna niks en het is voor iedereen toegankelijk. Daardoor zijn er weinig files en is iedereen bijna altijd op tijd. Het is heel veilig en de regels zijn streng. Er heerst een hele prettige sfeer en dat hebben ze daar echt goed voor elkaar."
Toch zette Van Oudheusden een punt achter zijn avontuur in de futuristische stad. "Ik merkte dat het me te comfortabel werd." NEC nam contact op. "Ik wilde mezelf weer uitdagen. Zo heb ik een seizoen (2024/2025) in Nijmegen met de O19 gewerkt en afgelopen zomer kwam Ajax." Waarom Ajax? "Ajax is voor mij wel het summum van het jeugdvoetbal. Wereldwijd. Hier wilde ik gewoon werken: met de cultuur, de mogelijkheden en de ongelofelijke kwaliteit van toptalenten. Het was voor mij een no-brainer."
"En het bevalt goed", zegt hij met een glimlach terwijl hij achteroverleunt. "In het begin was het wel even zoeken voor me. In principe is alles groter dan bij NEC, merkte ik. Ik moest even wennen aan de reistijd en aan de groep, want de jongens zijn hier weer anders dan in de omgeving van Nijmegen."
Ajax O16
Eind augustus reisde de groep Ajacieden naar Marokko, voor het Abdelhak Nouri-toernooi. Daar leerde Van Oudheusden zijn spelers kennen en werden de relaties gesmeed voor het seizoen. "Het was op zichzelf al een heel mooi toernooi. De vader van Abdelhak ging mee en ik merkte in Marokko echt een totale Ajax-gekte. Iedereen wilde dat wij doorgingen. Mensen bidden voor ons en mijn spelers realiseerden zich daar hoe veel respect wij kregen. En voor mij was het heel waardevol om extra tijd met ze te hebben." Niet onbelangrijk: Ajax O16 won het toernooi. "Succes draagt altijd bij aan een goed teamgevoel", zegt hij eerlijk.
Als Van Oudheusden zichzelf als trainer moet omschrijven, denkt hij even na. Hij kijkt om zich heen en zegt op een rustige toon. “Ik ben vrij duidelijk. In deze leeftijd gaat het mij erom dat spelers het spel begrijpen en leren wat hun rol is. Daar moet ik voor zorgen; met voetbalvormen, voetbalgedragingen en impliciete coaching. Op zaterdagen geef ik de jongens veel vrijheid, doen we geen analyse over de tegenstander en speelt iedereen evenveel. Ze moeten echt zichzelf ontdekken. Het gaat om de ontwikkeling van de groep en de speler."
"Ik leg de lat heel hoog op momenten dat we bezig zijn en op de momenten daaromheen", vertelt hij door. "Wat houdt dat in? Op tijd naar bed, goed eten, verantwoordelijkheid nemen voor je eigen ontwikkeling, beelden analyseren; daar zijn we heel veel mee bezig. Dat is een groot deel van mijn taak. Iedereen wil de top bereiken, maar wat hebben ze daarvoor over? Daar hoort bepaald gedrag bij en dat proberen we constant te spiegelen. Het is een uitdagende leeftijd en je wil relaties opbouwen met ze. Daarin moet je ook investeren, iedere dag."
Ajax O16 sloot de eerste seizoenshelft af met een tweede plek. Zijn ploeg scoorde veel, maar kreeg er ook (te veel) tegen, vindt de trainer. Veel scoren is typerend voor zijn teams, erkent hij. "Kort gezegd: wat ik overal doe is aanvallen. Dat hebben we ook wel gezien. Ik zit heel kort op de effectiviteit van ons spel. Voorzetten moeten gewoon altijd in de zestien vallen en je ziet dat veel goals van ons op elkaar lijken. Dat komt omdat we er zoveel op trainen."
"Als trainer ben je altijd op zoek naar de perfecte wedstrijd, maar die ga je nooit krijgen”, vervolgt hij als hij praat over zijn visie over de ploeg. “Maar je probeert in zoveel mogelijk situaties toeval uit te sluiten. De ontwikkeling die ik nu al zie is dat mijn spelers steeds beter hun rol in de wedstrijd herkennen. En dat is mooi met het oog op de O17, waar dat steeds meer gevraagd wordt."
Samenwerking met oud-profs
Naast hem staat voormalig Ajax 1-speler Ismaïl Aissati, een trainer met ervaring in het profvoetbal. Samen met de didactische achtergrond van Van Oudheusden is het tweetal een uitstekend duo. "Dat werkt geweldig voor mij", doelt hij op de combinatie van iemand die de cultuur bewaakt van de club en een geschoolde trainer. "Deze week stonden Ronald de Boer, Jan Wouters en John Bosman bij mij op het veld. Je hebt een surplus aan ervaring en dat typeert Ajax, vind ik. Ik vind het mooi om met die namen op het veld te staan en ik probeer Ismaïl echt te betrekken en anekdotes te laten vertellen. Ik bewaak het proces, de planning, de periodisering en Ismaïl vult mij goed aan en geeft feedback. Die balans is heel goed en die heb ik echt nodig hoor."
De competitie wordt zaterdag hervat met een mini-Klassieker in eigen huis. De doelen zijn gezet. "Laat ik vooropstellen dat ik vind dat Ajax altijd kampioen moet worden. Die druk leg ik mezelf op en ook de jongens moeten die extra verantwoordelijkheid voelen als ze het shirt aantrekken. Maar dat is een bijzaak, want het gaat om de individuele ontwikkeling van de spelers. Bij de laatste interlandperiode waren wij met Ajax hofleverancier bij Oranje O16. Dat zijn goede dingen en daar doe je het voor."
Tot slot. Zijn eigen ambities? "Ik wil me ontwikkelen om het hoogste trainersdiploma te halen. En ik focus me volledig op hoe het bij Ajax werkt, maar iets uitstippelen doe ik niet. Ik weet hoe het gaat in de voetbalwereld. Ik koester waar ik nu ben en daar probeer ik heel erg van te genieten."



