Een half jaar eerder wordt de jonge Hulshoff met de (toenmalige) A1 (zie fotoslider) nog Nederlands kampioen met generatiegenoot Johan Cruijff. Het supertalent heeft zijn debuut in Ajax 1 al gemaakt in november 1964 tegen GVAV, een wedstrijd waarin hij ook scoort. In januari 1966 debuteert Hulshoff in de basis met Cruijff én Sjaak Swart, de ervaren speler die Ajax een paar jaar eerder heeft getipt over een goede verdediger die bij hem verderop in de straat woont.
Michels' harde hand
De eerste wedstrijd van 1966 en de eerste van Hulshoff is meteen een stevige uitdaging. Ajax gaat als koploper naar regerend landskampioen Feyenoord met zes punten voorsprong en een wedstrijd meer gespeeld. Hoe anders is het een seizoen eerder waarin Ajax bijna degradeert en een flink pak slaag krijgt in De Kuip: 9-4. In januari 1965 heeft Ajax halverwege het rampseizoen de jonge trainer Rinus Michels aangesteld.
In de zomer van 1965 begint de oud-speler met keiharde discipline en veel visie aan een grondige renovatie van de ploeg. Het zal hem later de bijnaam 'De Generaal' opleveren. De professionalisering en het doorselecteren werpen al snel de vruchten af. Met een mooie mix van talent en ervaring gaat Ajax als winterkampioen het nieuwe jaar in, dat begint meteen met een grote test voor de koploper in de vorm van De Klassieker. Henk Groot, die zomer door Michels teruggehaald van Feyenoord, ontbreekt wegens een blessure en dat geldt ook voor de vaste mandekker achterin, Ton Pronk. Michels twijfelt geen moment om Hulshoff naar voren te schuiven. De op dat moment negentienjarige maakt zijn debuut in het hechte collectief. Het veld is door de winterse omstandigheden slecht bespeelbaar, toch maken beide ploegen er het beste van.
'Uitstekend gespeeld'
Hulshoff draait moeiteloos mee en kijkt na het topduel bescheiden terug in Het Parool: "Het was eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. In het begin was ik een beetje zenuwachtig, al die mensen op de tribune, het harde veld en Harry Bild als tegenstander. Dat was bij de eerste ballen wel te merken, maar daarna ontdekte ik dat Bild wel de techniek had die ik verwachtte, maar niet de snelheid."
Vanaf de tribune bevestigt Pronk de prestatie van zijn vervanger: "Barry heeft uitstekend gespeeld. Hij heeft voldaan." Eén moment ontsnapt zijn Zweedse tegenstander Bild uit de dekking, een kwartier na rust als hij Henny Weering in staat stelt om te scoren: 0-1.
Ondanks de achterstand blijft Ajax in een ijskoude Kuip rustig zijn eigen spel spelen, de ploeg heeft al het betere van het spel en het is toptalent Cruijff die twaalf minuten later op aangeven van Piet Keizer voor de gelijkmaker tekent. Dat zal het ook blijven. Met de 1-1 heeft Ajax de aanval op de koppositie zonder veel moeite afgeslagen. Vier maanden later op 15 mei bekroont Ajax uit bij FC Twente zijn wedergeboorte met de landstitel.
Het jaar 1966 is voor Hulshoff uitstekend begonnen met zijn debuut in De Klassieker, aan het eind van het kalenderjaar volgt ook in Europa een mooi debuut. Een week na de 5-1-zege in de Mistwedstrijd tegen Liverpool laat Ajax op Anfield Road met een 2-2-gelijkspel zien dat deze zege geen toevalstreffer is. Ook op dit niveau draait Hulshoff moeiteloos mee.
Steunpilaar van Ajax
De verdediger groeit in de daaropvolgende seizoenen uit tot een steunpilaar in de defensie, een opvallende verschijning en een speler die in vergelijking met andere topverdedigers uit die tijd zelden de botte bijl hanteert om zijn tegenstander uit te schakelen. Hij is van de partij bij de vele legendarische Europese wedstrijden zoals de onvergetelijke kwartfinale tegen Benfica in 1969.
In het begin van de jaren zeventig wint de voorstopper met Ajax alles wat er te winnen valt: van drie Europacups op rij tot en met de Wereldbeker in 1972. Ook staan er zeven landstitels, vier KNVB Bekers en twee Europese Supercups achter zijn naam. In de zomer van 1977 neemt de routinier na 385 wedstrijden afscheid. Hulshoff kan terugblikken op een geweldige lange reis die op 9 januari 1966 in een ijskoude Kuip is begonnen.



