Johan Cruijff – vanuit het perspectief van een jeugdspeler
Witschge: ''Toen ik in de C1 speelde, en later in de B1 en A1, stond Johan weleens langs de kant te kijken. Dat deden in de jaren tachtig wel meer trainers en ook spelers van Ajax 1. Soms kwam hij in de rust onze kleedkamer binnengelopen. Dan luisterde hij eerst naar wat onze trainer te zeggen had. Daarna vertelde hij wat hem was opgevallen. Het tempo moest dan vaak omhoog, of we moesten de bal beter voor de man spelen. Hij zag dingen vaak anders dan anderen.''
''Soms kwam hij in de kleedkamer als het niet goed ging. Maar ook als een wedstrijd te makkelijk was en we aan het freewheelen waren. Je nam die tips natuurlijk goed op. Dat moest ook. 'Want anders laat ik je eruit halen', waarschuwde Johan dan. Stiekem denk ik dat hij dat freewheelen ook wel weer mooi vond. Zeker in de B1 en A1 hadden we een goed team. Hij kon je hard aanpakken, zette je met beide benen op de grond. Dat hij ons op die manier wilde helpen, was ook mooi.''
''Als speler van Ajax A1 (nu Ajax O19, red.) maakte ik mijn debuut in het eerste elftal. Ik verdiende wel een contract, maar kreeg het nog niet. Cruijff wilde dat ik en Bryan Roy ook nog in de A1 bleven spelen. Met een contract kon dat niet meer. 'Even wachten nog', zei hij dan. Het geld dat we dat jaar misliepen, kregen we een jaar later alsnog. Zo hield hij de jonge talenten erbij.''
''Ik herinner me uit die periode nog een opdracht, die ik in de jeugd van Johan kreeg. Ik moest van hem alle ballen drie meter te ver voor een medespeler uitspelen. Dan moesten je ploeggenoten sneller lopen. Anders ging de bal uit. 'Doe maar gewoon, jij zal er niet op worden aangekeken', verzekerde hij me. Het tempo ging inderdaad omhoog. Maar mijn medespelers keken me wel raar aan. Maar goed, dat was nu eenmaal mijn opdracht. Dus dan deed je het ook. Zeker als jeugdspeler kijk je toch tegen zo’n man op.''
Johan Cruijff – vanuit het perspectief van de debutant en (later) vaste speler van Ajax 1
''Voordat ik in een uitwedstrijd tegen AZ mocht debuteren, had ik al een of twee keer op de bank gezeten bij het eerste. Je hoopt al die tijd dat je mag invallen. Stiekem houd je de trainer in de gaten. En hoop je dat dat hoofdje een keer jouw kant op gaat. Als dat gebeurt, gaat er toch een schok door je heen. 'Witschge, warmlopen', riep Cruijff in oktober 1986 in de Alkmaarderhout. Last van zenuwen heb ik eigenlijk nooit. Ook in het veld heb ik nooit druk gevoeld. Maar mijn debuut was toch een momentje. Met Johan als trainer.''
''Vlak voordat ik mijn eerste minuten mocht maken, was de trainer kort en bondig. 'Ga lekker voetballen. Je weet wat je moet doen.' Meer zei hij eigenlijk niet. Later in dat seizoen 1986/1987 speelde ik mijn wedstrijden vooral weer met de A1. Ik trainde wel steeds vaker met het eerste mee.''
''Vooral in de voorbereidingen werd je soms helemaal geslacht. Het was dan echt buffelen. Vooral tijdens de trainingskampen. Om 07:00 uur was er een trainingsloopje, waarna we om 10:00 en 14:30 uur trainden. In de avond speelden we dan vaak nog een wedstrijd. Als de voorbereiding voorbij was, trainden we vooral met de bal. De trainingen waren dan minder zwaar. Johan liet ons de rest van het seizoen veel positiespelletjes en rondo’s spelen. Vaak deed hij daar zelf aan mee. Dan was hij nog een van de beste ook.''
''Tijdens die oefeningen moest je altijd super geconcentreerd zijn. Anders maakte de trainer je af, ging-ie etteren. Hoe hij dat deed? Dan liep hij constant op je te zeiken. Of speelde hij ballen bewust te kort of op je verkeerde been. Daardoor zag jij er niet lekker uit. Op het moment zelf had je daar de pest over in. Maar achteraf begreep je dat Johan dat bewust deed. Alleen maar om je beter te maken.''
Johan Cruijff – als trainer van FC Barcelona
''Toen Johan me in 1991 naar FC Barcelona haalde, was hij nog steeds precies dezelfde trainer. Ook daar kon hij nog uitstekend mee in de positiespelletjes en rondo’s. Hij was als trainer maar een ielig kereltje. Maar snel! Niet normaal, zo snel.''
''Ik had het niet makkelijk in een tijd waarin de club slechts drie buitenlandse spelers mocht opstellen. Mijn concurrent, Michael Laudrup behoorde tot de absolute topspelers in Europa. Ik had er een zware dobber aan. Al kon ik af en toe zijn positie overnemen. Johan had het goed met me voor. Ook toen ik het lastiger had, omdat ik minder speelde. Hij praatte veel met me.''
''Als ik in de basis stond, probeerde hij me ook zo goed mogelijk voor te bereiden. Ik weet nog dat hij me vlak voor de wedstrijd een keer een drankje aanbood. Een soort dropdrankje, iets op een natuurlijke basis. Dat moest ik nemen, want daarvan ging ik volgens hem nog beter spelen. Volgens mij was het pure psychologie, vooral bedoeld om me een nog beter gevoel te geven haha.''
Johan Cruijff – de beste trainer in mijn carrière?
''Johan heeft me laten debuteren en haalde me naar Barcelona. Hij is daarmee ontzettend belangrijk geweest in mijn carrière. Ik heb ook onder Louis van Gaal getraind. Ook hij was een toptrainer. Johan en Louis zijn allebei heel erg van de voetbaldetails, maar waren toch twee heel verschillende trainers. Aan bepaalde details merkte je dat Johan als speler wereldtop was geweest. Als trainer dwing je nog meer respect af als je als speler wereldtop bent geweest.''
''Hij was in zijn tijd al heel vooruitstrevend. Bijvoorbeeld door te hameren op het voor de man uit spelen van de bal. Voordat je de bal ontving moest je al weten waar deze naartoe moest. Maar ook met bepaalde balaannames. Alles moest altijd in beweging zijn, versnellen. Je mocht nooit stilstaan. Later nam iedereen die details van hem over.''
''Johan zorgde altijd goed voor zijn groep. Hij zorgde ervoor dat je niks te kort kwam en bemoeide zich bijvoorbeeld ook met de premies en boetes. Met Johan als trainer kon je goed geld verdienen. Maar als je niet goed speelde, pakte hij dat geld ook weer van je af. Vroeger deden we soms mee aan zaalvoetbaltoernooien. Wie niet goed speelde, deelde niet mee in de premie. Of kreeg daar maar een deeltje van. Dat wist je van tevoren. Ook op die manier hield hij je scherp, zorgde hij ervoor dat je nooit verslapte.''
''Johan was in zijn hele doen en laten een heel aparte man. Buiten het voetbal was hij een heel simpele man; in de zin dat hij altijd heel normaal is gebleven. Een familieman ook. Iemand die voor anderen klaarstond. Toen we naar Barcelona verhuisden hielp hij mee met verhuizen. Stond hij dozen uit te pakken of haalde hij de broodjes. Ook dat soort dingen scheppen een speciale band. Elke dag met Johan was bijzonder.''
''Net als ik was Johan een levensgenieter. Samen met de vrouwen gingen we weleens uit eten in Barcelona. Of kwamen we elkaar na de ochtendtraining tegen in een strandtentje. Johan hoefde niet zo nodig de hele dag te overleggen op de club. Dat liet hij aan anderen over. Cruijff heeft altijd zijn eigen visie gehad en zijn eigen weg bewandeld. Ik houd van die houding.''
Tien jaar zonder Johan…
''Johan is voor Ajax natuurlijk super belangrijk geweest. Als voetballer heeft Johan de club groot gemaakt. En daarna weer als trainer. Naast Ajax was hij net zo goed een uithangbord voor het hele Nederlandse voetbal.''
''Johan is nu tien jaar geleden overleden. Het lijkt zo kort geleden.. Toch heb ik nog steeds het gevoel dat hij elk moment de hoek om kan slaan. Dat hij hier zo weer langsloopt. Als dat gebeurt, zou ik niet eens raar opkijken. Het is misschien heel gek, maar ik heb datzelfde idee ook bij andere mensen die belangrijk voor mij zijn geweest. Mijn overleden schoonvader bijvoorbeeld.''
''Als je beelden terugziet of momenten herinnerd van mensen die een deel van je leven hebben beheerst, dan zorgt dat voor kippenvel. Een brok in je keel. Dat zijn mensen waaraan je veel hebt te danken.''



