'Ik had Abe in mijn zak'

'Ik had Abe in mijn zak'

Hij is de oudste nog in leven zijnde Ajacied, die ooit in het eerste speelde. De nu 92-jarige Cor van der Hoeven debuteerde op 28-jarige leeftijd in Ajax 1, speelde daarin 52 wedstrijden en maakte vier doelpunten. De huidige generatie kent zijn gezicht wellicht ook, want een foto van Van der Hoeven prijkt pal naast de kleedkamerdeur van de Ajacieden in de ArenA.

De ArenA is een ultramoderne plek voor de loodgieter in ruste. Dat het een voetbalstadion is, lijkt de Amsterdammer nauwelijks te kunnen beseffen. Het strookt in elk geval totaal niet met de gedachten die hij zelf heeft als hij aan een stadion denkt. Deze ochtend keert Van der Hoeven voor het eerst terug bij de club die hij van 1948 tot en met 1950 diende. Met grote ogen bekijkt hij vanuit zijn rolstoel de kleedkamergang, ziet foto’s van kampioensploegen en van zichzelf als international. ,,Nadat hij stopte met het voetbal, heeft hij er nooit meer naar terugverlangd”, weten zijn zoons.

Van der Hoeven senior beaamt dat. ,,Ik vond zelf voetballen leuk, maar ernaar kijken vond ik helemaal niets. Toen een goede klant mij in 1950 vroeg te komen kegelen, ben ik dat gaan doen. Ik heb nooit meer gevoetbald. Nu zet ik de televisie nog wel op voetbal, maar na tien minuten val ik in slaap.”

Cor van der Hart, Joop Stoffelen en Cor van der Hoeven vormden een sterke linie. Cor van der Hart, Joop Stoffelen en Cor van der Hoeven vormden een sterke linie.

Tien jaar lang diende Van der Hoeven in zijn actieve carrière DWS, voordat hij in 1948 de overstap maakte naar Ajax. Daar vormde hij samen met Cor van der Hart en Joop Stoffelen een zeer sterke linie voor de verdediging. ,,In het buitenland schreef de pers dat wij de sterkste linie van Europa waren”, herinnert de Amsterdammer zich als de dag van gisteren. En hij durft ook best te beweren dat hijzelf van die drie het beste was. ,,En dat terwijl ik bij DWS op honderd procent van mijn kunnen was, bij Ajax was dat dertig procent minder.”

Desalniettemin debuteerde Van der Hoeven als Ajacied pas in Oranje. ,,Vijf interlands heb ik gespeeld. Het mooiste moment was dat we in het café waren met Ajax en dat ik vroeg of ik even naar achteren mocht waar de radio stond. Tijdens het nieuws maakte men bekend dat ik voor het Nederlands elftal was opgeroepen. Dat was wat hoor. Gingen we naar Engeland.”

Met Ajax speelde de onverzettelijke middenvelder ook legendarische duels. Van der Hoeven weet nog van zijn twee doelpunten in de uitwedstrijd bij Haarlem. Hij illustreert hoe hij vanaf ‘de middenplaats’ een paar man passeerde en de bal in de touwen joeg. Maar de beste herinnering bewaart hij aan een minder positief verlopen duel tijdens het kampioenschap van Nederland in mei 1950. ,,Die wedstrijd tegen Heerenveen. Vreselijk! Het was de eerste helft kat en muis. We stonden ruim voor (1-5 bij rust, red.) en ik weet niet wat er was gebeurd met die spelers van Heerenveen, maar ze kwamen met schuim op de lippen de kleedkamer weer uit. Ze liepen ons plat!” Heerenveen boog de achterstand om naar een 6-5-overwinning.

,,Bizar”, concludeert Van der Hoeven die overigens wel positief terugkijkt op zijn persoonlijke duels met het Friese voetbalwonder Abe Lenstra. ,,Ik sprak later zijn broer Jan eens. Die zei ‘Abe kon niet tegen je voetballen’. Ik heb misschien tien keer tegen hem gespeeld, had hem bijna tien keer in mijn zak. De laatste keer dat we met Ajax tegen hem speelde, keek ik eens om mij heen. Ik zag Abe nergens. Stond-ie back! Durfde hij niet meer tegen mij te spelen. Hoe dat kwam? Nou, de eerste keer had ik natuurlijk wel even laten merken wie ik was. Was fysiek opgetreden tegen hem, haha!''

,,Maar weet je wat de kracht is van een goede voetballer?” Van der Hoeven kijkt vorsend naar zijn gezelschap. ,,De eerste vijf of tien meter van de korte sprint. Daar moet je altijd sneller zijn als je tegenstander. Dat was mijn kwaliteit. Daarom was ik ook die voetballer, hoe heet ie ook al weer, die naar Italië ging? Faas Wilkes ja, te snel af.” De koffiebekers worden erbij gepakt. ,,Kijk, dit ben ik”, benoemt hij het lege bekertje. ,,En dit is Faas. Hij speelde altijd de bal aan de ene kant langs de tegenstander en ging er zelf aan de andere kant langs. Dat wist ik. Dus ik was hem altijd voor”, klinkt het trots.

De voetballer in Van der Hoeven wordt door het bezoek aan Ajax weer even wakker geschud. Het zit nog altijd in hem en misschien verbaast hem dat zelf nog wel het meeste.

Tekst en foto’s: Ajax.nl/Monique Janse

Pal naast de kleedkamer van Ajax 1 hangt de foto van Van der Hoeven als international. Pal naast de kleedkamer van Ajax 1 hangt de foto van Van der Hoeven als international.
Als Dick Bruynesteyn een cartoon van je maakt, dan tel je als voetballer pas echt mee. Als Dick Bruynesteyn een cartoon van je maakt, dan tel je als voetballer pas echt mee.