‘Verschil tussen Afrikaans en Europees voetbal verkleinen’

‘Verschil tussen Afrikaans en Europees voetbal verkleinen’

Ajax heeft sinds 1999 een meerderheidsbelang in Ajax Cape Town in Zuid-Afrika. In de rubriek ‘Bericht uit Kaapstad’ komt elke twee maanden Stanley Menzo, hoofd jeugdopleiding aldaar, aan het woord over het Afrikaanse Ajax. In deze derde aflevering van dit seizoen praat hij over de samenwerking met Ajax Amsterdam en het afstaan van spelers aan vertegenwoordigende teams.

Deze week ben ik even in Nederland. De hoofdreden is dat mijn moeder vrijdag zeventig jaar wordt en daar wil ik natuurlijk wel bij zijn. Tijdens mijn bezoek aan Nederland maak ik gelijk van de gelegenheid gebruik om een bezoek te brengen aan Ajax Amsterdam. Ik heb gesprekken gevoerd met de directie en de scouting van de jeugdopleiding. Zo krijg ik een nog beter beeld wat men in Amsterdam van mij als hoofd opleiding bij Ajax Cape Town verwacht. We hebben met elkaar gesproken en ik heb daar een heel goed gevoel aan overgehouden. Ik wilde weten wat precies de insteek van de samenwerking  is. Wat willen we ermee? In die gesprekken hebben we accenten gezet.


Uitwisseling
Zo willen we om een voorbeeld te geven dat er meer uitwisselingen plaatsvinden tussen Amsterdam en Kaapstad. Dat betekent niet dat binnen een jaar het grootste talent in Nederland speelt, dat is niet realistisch. Maar wel dat er vaker een jeugdspeler stage loopt. Maar een uitwisseling kan ook zijn dat een trainer van Amsterdam naar Kaapstad komt om een week training te geven. Daar worden onze trainers ook sterker en beter van. De samenwerking in deze vorm stond de laatste jaren op een laag pitje en willen we weer intensiveren.

Europees voetbal
Thulani Serero was de laatste speler die echt vanuit Ajax Cape Town naar Amsterdam kwam, maar dat is alweer vijf jaar geleden. De huidige jeugdspelers van Ajax Cape Town jonger dan zestien jaar kennen hem helemaal niet meer. Als je iemand uit je opleiding hebt die doorbreekt bij Ajax dan is dat een mooi rolmodel. Uiteindelijk willen we het verschil tussen het Afrikaanse voetbal en het Europese voetbal kleiner maken. Talent is er genoeg. Op tactisch en mentaal gebied is de stap echter te groot. Je kan ze niet alles meegeven; wel dichter bij Europa brengen. Jongens hebben bijvoorbeeld nog nooit in de sneeuw getraind. Met een stage in Amsterdam in de winterperiode leren ze bijvoorbeeld wel wat dat inhoudt. Je kunt het ze steeds vertellen, maar zelf ervaren werkt uiteraard beter. En ook in Zuid-Afrika willen alle jongens Messi of Ronaldo worden. Dan moet je ze wel laten zien wat het betekent in Europa te spelen.

Vertegenwoordigende teams
Ook belangrijk in hun ontwikkeling is het spelen voor vertegenwoordigende elftallen. In elk elftal hebben we wel spelers die daarvoor worden uitgenodigd. Het is een ander, ingewikkelder, systeem dan in Nederland. In Zuid-Afrika heb je regio-, district- en landelijke selecties. Het spelen voor die selecties gaat boven het trainen bij Cape Town, want daar leren ze uiteindelijk weer van. Maar het moet wel op de juiste manier gebeuren. Zo werden de jongens op woensdagochtend uitgenodigd voor trails in de middag. Wij hebben de spelers verboden te gaan en de bond uitgelegd waarom we ze niet hebben laten gaan. Dit om de samenwerking met de bond wel goed te houden. Daar heeft de bond begripvol en op een positieve manier op gereageerd. Gelukkig. Want je wilt niet met deuren slaan. Ik wil ze wel een beetje meekrijgen in de westerse denkwijze. Niet alleen de voetballers dus, ook de organisatie.