Team van Toen: Aspiranten 1 1953-1954

Team van Toen: Aspiranten 1 1953-1954

De jeugdopleiding van Ajax heeft vele grote voetballers voortgebracht. In de rubriek ‘Team van Toen’ besteden we iedere maand aandacht aan een Ajax-jeugdteam uit het verleden. Betrokkenen blikken terug op hun periode in de jeugdopleiding. In deze aflevering: Aspiranten 1 uit het seizoen 1953-1954, het team van Mister Ajax Sjaak Swart.

Begin jaren vijftig zit een talentvolle tiener genaamd Sjaak in de jeugdopleiding van de Amsterdamse Football Club Ajax. Hij voetbalt elke dag en speelt in de Aspiranten 1. Swart had toen natuurlijk niet kunnen bedenken dat hij jaren later voor altijd als 'Mister Ajax' door het leven zou gaan. Met liefst 603 officiële wedstrijden en 208 doelpunten in Ajax 1 staat Swart tot op de dag van vandaag op eenzame hoogte.

De inmiddels 77-jarige Swart heeft in zijn leven ontelbaar veel interviews gegeven. Een van de minst besproken onderwerpen is zijn jeugd bij Ajax. Het blijkt een schot in de roos. Een zwart-witfoto met daarop een jeugdige Swart blijkt het vertrekpunt van een prachtig verhaal over zijn beginjaren bij de club, waar hij als voortrekker van Lucky Ajax nog altijd actief is. De hoofdpersoon somt zijn teamgenoten uit 1953 moeiteloos op: ,,Eddie Klokkers, Ben Dijkstra, Hennie Wiertz en dat is Hennie Oldenziel. We waren echte vrienden en konden goed met elkaar opschieten. Dijkstra was de spits, Klokker rechtsbuiten. Ik was zelf toen nog rechtsbinnen. We speelde in die tijd met vijf aanvallers: rechtsbuiten, rechtsbinnen, middenvoor, linksbinnen en linksbuiten."

Vloerbedekking
,,Het grootste talent was Wim Jesse, hij stak er bovenuit”, vervolgt Swart. ,,Hij was centrale verdediger en kon goed voetballen en was zowel links- als rechtsbenig. Toch heeft hij het uiteindelijk niet gehaald. John Schaap was ook goed. Hij heeft later nog op hoog niveau bij Blauw-Wit gespeeld. Wiertz was een type Thulani Serero, een kleine werker op het middenveld. Hij heeft bij mij nog een paar keer de vloerbedekking gelegd.”

De vleugelspits uit de gouden jaren van Ajax weet over veel van zijn teamgenoten iets te vertellen. ,,Met dit team wonnen we heel veel wedstrijden en werden we kampioen. Tijdens een internationaal toernooi heb ik nog een keer tegen Jimmy Greaves van Chelsea gespeeld, hij werd later een hele grote speler in Engeland. We konden goed meekomen met die gasten. Ik kan me een keer herinneren dat we met 24-1 wonnen. Ik maakte toen 13 (!) van de 24 goals. De positie rechtsbinnen zorgt er natuurlijk ook voor dat je veel voor het doel komt.”

Sjaak Swart met de jeugdfoto van de Aspiranten 1 uit 1953.
Sjaak Swart met de jeugdfoto van de Aspiranten 1 uit 1953.

Muiderpoort
Het leven van Swart was heel overzichtelijk in de jaren vijftig: ,,Voor schooltijd, in de pauze, na schooltijd én 's avonds was ik altijd aan het voetballen. Ik woonde vlakbij het station Amsterdam Muiderpoort. Onder het station had je een weg met van die palen. Er woonde een keeper bij mij in de straat, die nam ik mee en dan ging ik oefenen op schieten. Uit alle hoeken en standen. Elke dag”, vertelt hij met zichtbaar plezier.

Laatste man
Tegenwoordig heeft Mister Ajax nog steeds contact met de spelers waar hij als 12-jarig jochie mee speelde. ,,Wim Jesse zie ik nog regelmatig bij AFC. Zijn zoon speelt daar in het eerste. ‘Wimpie’ noemt mij altijd een echte ‘laatste man’. We speelden met de Aspiranten 1 een keer tegen DWS. Ik stond voorin en Wim was laatste man. De tegenstander had een grote spits en met een verraderlijke wind in de tweede helft kwamen ze terug van 3-0 naar 3-3. Toen ben ik samen met Wim centraal achterin gaan spelen en wonnen we de wedstrijd uiteindelijk met 6-3. Sindsdien noemt hij me een ‘laatste man’."

De voormalig rechtsbuiten is nog altijd vrijwel dagelijks op sportcomplex de Toekomst te vinden. Hij is dan aandachtig toeschouwer bij verschillende Ajax-jeugdteams. Hij ziet duidelijk wat er allemaal is veranderd in ruim 60 jaar tijd. ,,Het is tegenwoordig veel beter en professioneler dan toen. De jongens worden met busjes gehaald en gebracht en eten ook op de club. Dat was in mijn tijd heel anders, iedereen moest zelf op het fietsje naar de training. We trainden ook maar twee keer in de week. Daarom voetbalden we erg veel op straat. Tegenwoordig is dat juist andersom. De jeugd is nu veel op de club en weinig op straat."

Putten
Swart vervolgt: ,,Het ging in die tijd echt om voetbal. We bleven hangen om extra te trainen en speelden ook op straat samen. Dan gingen we 'putten', dat was een spel met een klein tennisballetje en de stoeprand. Daar kreeg je echt een goede traptechniek van. Vandaag de dag rijden de jongens meteen na de training naar huis. De trainer vertelt nu wat je extra moet doen. Als die jongens dat hebben gedaan zijn ze al tevreden. Vroeger moest alles uit jezelf komen. Je keek zelf waar je beter in kon worden, en daar ging je dan op trainen.”

Sjaak Swart weet nog heel wat namen op te noemen van zijn 12-jarige teamgenoten. Zo kent hij John Schaap (staand, uiterst links), Wim Jesse (staand 4e van links) en Dick van de Berg (staand 5e van links). Daarnaast herinnert hij zich nog (zittend, vlnr.): ,,Eddie Klokkers, Ikzelf, Ben Dijkstra, Hennie Wiertz en Hennie Oldenziel. Acht van de veertien, dat is nog best netjes”, lacht Swart.
Sjaak Swart weet nog heel wat namen op te noemen van zijn 12-jarige teamgenoten. Zo kent hij John Schaap (staand, uiterst links), Wim Jesse (staand 4e van links) en Dick van de Berg (staand 5e van links). Daarnaast herinnert hij zich nog (zittend, vlnr.): ,,Eddie Klokkers, Ikzelf, Ben Dijkstra, Hennie Wiertz en Hennie Oldenziel. Acht van de veertien, dat is nog best netjes”, lacht Swart.
Tekst: Ajax.nl/Dries Govers
Foto: Ajax.nl/archief