Studiebegeleiding Ajax uniek in voetbalwereld

Studiebegeleiding Ajax uniek in voetbalwereld

De jeugdtalenten van Ajax wacht meer dan alleen een professionele voetbalopleiding van wereldniveau. Op het jeugd- en amateurcomplex de Toekomst zijn dertien docenten plus een fulltime Coördinator Sociaal Maatschappelijke Begeleiding ook op niet-sportieve gebieden dagelijks in de weer met de jeugdige Ajacieden. ,,Het vooroordeel dat voetballers dom zijn, is absolute kolder'', weet Coördinator SMB Jur Ronner.

Ronner onderbouwt zijn uitspraak met cijfers en percentages. In totaal telt de Ajax-opleiding 204 jeugdspelers. Daarvan zijn er 94 actief in het voortgezet onderwijs. 39,4% van de jeugdvoetballers in de Amsterdamse jeugdopleiding volgt een havo-opleiding. 34% leert op vmbo-niveau, terwijl 17% vwo-leerling is. De percentages op de Toekomst liggen stuk voor stuk boven de landelijke gemiddeldes. Voetballers zijn dus minder dom dan het cliché doet geloven.

Slim, of wat minder slim, is verder niet belangrijk. ,,Het gaat erom dat school de hele jeugdopleiding door, de absolute nummer één is’’, aldus Ronner, oud-leraar en bezig aan zijn zesde seizoen binnen de club. Wat in het seizoen 1977-1978 begon als goedbedoeld initiatief, is anno 2006 uitgegroeid tot een unieke tak binnen de club. Op de Toekomst zijn vijf ruim ingerichte studielokalen (inclusief computerlokaal) permanent beschikbaar voor de spelers en begeleiders.

Eind jaren zeventig hielden vrijwilligers zich nog bezig met het studerende wel en wee van de Ajacieden in opleiding. Bijna dertig jaar later staan dertien parttime docenten dagelijks klaar voor een professionele studiebegeleiding. Ronner: ,,Het is uniek dat een club als Ajax zoveel geld en tijd steekt in zaken die niets met voetbal te maken hebben.’’

In het buitenland is men wel eens verbaasd dat bij de Amsterdamse club een studiebegeleider opduikt in de technische staf. De spelers trekken zich ook rond wedstrijden op een buitenlands toernooi terug om te studeren. ,,Geheid dat een televisieploeg opnames komt maken van studerende Ajacieden. Bij andere clubs zie je zoiets niet.’’

‘Andere clubs’ werken vaak samen met LOOT-scholen. Jeugdspelers volgen hun middelbare opleiding dan aan een van de scholen waarmee de club samenwerkt. Ajax pakt het geheel anders aan. Ook omdat eind jaren zeventig niemand ooit had gehoord van het begrip LOOT-school. De Amsterdamse club onderhoudt een hecht contact met 82 middelbare scholen van divers ‘pluimage’. Het zijn scholen voor voortgezet onderwijs, mbo- of hbo-opleidingen en universitaire onderwijsinstellingen. 22 busjes waarborgen het vervoer tussen de school, club en het thuis van de 118 spelers in de bovenbouw.

,,Wie bij Ajax voetbalt, zit op school. Dat is ons uitgangspunt. De ouders zijn verder vrij in hun schoolkeuze. Voor Ajax is het natuurlijk belangrijk dat een jeugdspeler ooit het eerste haalt. Zelf hoop ik vooral ook dat jongens die hier jaren zijn opgeleid, maar het toch niet halen, de club met opgeheven hoofd kunnen verlaten. En met een diploma. Tot en met de A1 moet worden gestudeerd, vinden we. Maar ook zonder diploma is het belangrijk dat de jongens in een normale sociale omgeving blijven. Tussen hun leeftijdgenoten. Dat gebeurt op de school. Niet alleen met voetballers, maar tussen jongens en meiden die ook andere interesses hebben. Die soms ook eens niet over voetbal praten. Sommige jongens vinden het heerlijk om buiten het voetbal iets anders te doen. En tot en met Jong Ajax ben je nog redelijk anoniem.’’

De studiebegeleiders binnen de club onderhouden nauwe contacten met de scholen van hun jeugdspelers. Als het nodig is, kunnen daar ook de ouders worden bijgehaald. Als de lijnen kort zijn, worden problemen of moeilijkheden het snelst opgelost. ,,Het merendeel van de spelers rolt daardoor ook moeiteloos door het voortgezet onderwijs. De begeleiding en het contact zijn bijzonder. De trainer, mentor, het hoofd jeugdopleidingen en studiebegeleider werken in dat opzicht allemaal samen. Spelers worden individueel maar ook in groepen begeleid.’’

Uitgesproken lastige, of zelfs onhandelbare jeugdspelers zegt Ronner nauwelijks tegen te komen. ,,Als een kind moeilijk doet, moet er iets aan de hand zijn. Dan moet zoiets worden uitgezocht. En als het echt niet lukt met een jongen, dan zijn wij blijkbaar geen goede opleiding voor hem. Dan geven we onszelf, in plaats van de speler, een brevet van onvermogen. In elk geval zijn de meeste spelers wél stapelgek van het voetbal. En willen vrijwel alle jongens ten koste van alles wél in het systeem passen.’’

In de fase van voetbalsenior zijn de leerlingen niet meer leerplichtig en is het moeilijker invloed uit te oefenen. De meeste voetballers in de jeugdopleiding blijven gewoon een opleiding volgen. Soms gaan ze zelfs door als ze een leven als prof zijn begonnen. Zo zijn er op dit moment twee spelers van Jong Ajax die doorstuderen: een aan de Universiteit van Amsterdam en een aan de Johan Cruyff University.