Menu
Van der Sar over Juventus & zijn wisselende ervaringen met de Italianen

Van der Sar over Juventus & zijn wisselende ervaringen met de Italianen

Edwin van der Sar zit midden in zijn verhaal over de Champions League-finale van 1996 als hij zich even omdraait. De voormalig keeper wijst richting een foto op de muur van zijn kantoor. Daar prijkt een plaat uit het voorjaar van 1995 die verder geen uitleg behoeft. Op beeld is vastgelegd dat Ajacieden door de Amsterdamse grachten varen, toegejuicht door grote mensenmassa’s. “Je weet hoe mooi en gaaf het een jaar eerder was. Dat hadden we weer mee willen maken.”

Zover kwam het niet, want Ajax verloor de eindstrijd van het grootste Europese clubtoernooi na strafschoppen van Juventus. Die 2e plek was zeer moeilijk te accepteren. “Als je het jaar ervoor het toernooi hebt gewonnen, dan telt zo’n verloren finale niet”, vertelt Van der Sar.

Sterker uitgekomen
De huidige algemeen directeur van Ajax kwam bij thuiskomst enkele dagen z’n huis niet uit. Zoveel pijn deed de uitkomst in Rome. Maar uiteindelijk gaf hij het een plekje en haalde hij er zelfs kracht en motivatie uit. “Dat we die penaltyserie verloren, was echt heel zuur. Vooral omdat ik bij al hun benutte penalty’s in de goede hoek zat. Maar ze waren allemaal zó strak in de hoek.”

Van der Sar in 1996 tijdens Ajax - Juventus.
Van der Sar in 1996 tijdens Ajax - Juventus.

Revanche in 2008
“Maar het heeft me uiteindelijk wel gevormd. De pijn die ik toen gevoeld heb, wilde ik niet nog een keer meemaken. Ja, dat spookte wel door m’n hoofd in Moskou in 2008, toen de finale met United tegen Chelsea ook uitdraaide op strafschoppen.” Van der Sar werd de grote man door de beslissende strafschop van Nicolas Anelka te stoppen. Voor een deel was het Juventus-trauma weggepoetst. “Of ik daardoor wat extra’s kon? Wie zal het zeggen? Ik hoop van wel natuurlijk.”

Nu Ajax en Juventus de degens gaan kruisen in de kwartfinale van de Champions League worden oude herinneringen opgehaald. En is veel aandacht in de internationale media gericht op Van der Sar. Niet alleen vanwege die verloren finale en zijn achtergrond als oud-speler van Juventus, maar vooral ook omdat hij de enige oud-topvoetballer als CEO is bij de 8 overgebleven clubs in de Champions League.

'Op een toernooi in Spanje speelden ze tegen elkaar, de zonen van Zidane en Van der Sar. Allebei keeper. Mooi natuurlijk.'

Van der Sar is overigens stellig over zijn periode in Turijn. Het voldeed niet aan de verwachtingen. “In de 2 jaar dat ik er zat zijn we 2 keer 2e geworden. En ik heb niet het niveau kunnen halen wat ik van mezelf moest halen. En voor het team. Daarom is de periode in Turijn in mijn ogen een desillusie geworden.”

Totaal niet in zijn element
Van der Sar kreeg in Italië kritiek op zijn sobere manier van spelen. Deels onterecht, vindt hij. “Ik ben geen spectaculaire keeper, nooit geweest. Ik was iemand die de gaatjes oppakte, bij Ajax speelden we ver voor mijn goal. Het was ook beloofd dat we bij Juve zo zouden gaan spelen. Opbouwen en van links naar rechts openen. Daar was alleen geen ruimte voor. De verdediging zat kort op me en vaak werd dan gezegd: ‘schiet maar lang’. Ik kwam totaal niet in mijn element hoe ik wilde en kon spelen.”

Dit bericht bekijken op Instagram

What @championsleague quarter final this is going to be! Loads of history in finals over the years between @afcajax and @juventus. Looking forward to meeting old friends again. #UCL #ajajuv

Een bericht gedeeld door Edwin van der Sar (@edwinvandersar1) op

Hoewel sportief dus geen succes kan Van der Sar zijn Juve-tijd goed relativeren. “Turijn is een mooie stad. En het was ons 1e buitenlandse avontuur als gezin. Mijn zoon is er naar school geweest en heeft er Italiaans geleerd. Natuurlijk is het zonde hoe het gelopen is, maar bijna iedere voetballer heeft in zijn carrière wel een club of periode waarbij het niet lukt. Dat was Juventus voor mij.”

Genieten van Zidane
Het lijdt voor hem geen enkele twijfel wie de beste teamgenoot uit zijn Juve-tijd was: Zinédine Zidane. “Hoe hij voetbalde, dat was ongekend. Zo makkelijk. De aannames, z’n techniek. Geweldig. En bovendien een heel normale gast. Had altijd een ‘spijkerbroekkie’ aan, wit Levi’s-shirt en een paar Stan Smith’s van adidas. We woonden ook redelijk bij elkaar in de buurt. Je had in ieder gedeelte van de stad wel 1 of 2 restaurants waar we als spelersgroep vaak kwamen. Dan zaten we daar met familie of vrienden die uit Nederland waren overgekomen en hij met z’n familie uit Frankrijk. Dat was altijd wel leuk.”

“Onze zoontjes hebben in die tijd nog veel met elkaar gespeeld. Heel toevallig zijn ze elkaar op latere leeftijd op toernooien ook nog tegengekomen. Zijn zoon zat – en nu nog steeds – bij Real en mijn zoon bij Juventus. Op een toernooi in Spanje speelden ze tegen elkaar, de zonen van Zidane en Van der Sar. Allebei keeper. Mooi natuurlijk.”

Zinédine Zidane was volgens Van der Sar z'n beste teamgenoot in Turijn.
Zinédine Zidane was volgens Van der Sar z'n beste teamgenoot in Turijn.

Sjaak Wolfs van Juventus
Van der Sar beschouwt Ajax en Juventus beide als familieclubs. “Juventus is natuurlijk van de Agnelli’s, de eigenaren van onder meer Fiat, Lancia en Ferrari. Maar binnen de club is het echt een geheel, er heerst een familiair gevoel. Zo van: we gaan het met elkaar doen. Comfort creëren om zo goed mogelijk te presteren. Dat is bij Ajax ook zo.”

“Bij Ajax hadden we natuurlijk Sjakie Wolfs. Zo man was er bij Juventus ook. Iedereen was helemaal gek van hem, maar je zette hem ook wel eens voor paal. Trok bijvoorbeeld z’n broek naar beneden als-ie langs het veld stond. Schitterend was dat. Een aantal mensen die er in mijn tijd bij Juventus al waren, zitten er nu nog steeds.”

Nedved, Del Piero en Zidane
Toch zijn Juventus en Ajax qua omvang niet te vergelijken. “Juventus is een grotere club dan Ajax. Kijk alleen maar naar de wereldsterren die daar echt op regelmatige basis voetballen. Wij hebben natuurlijk Johan Cruijff gehad, 1 van de grootste voetballers aller tijden. En veel spelers hebben via Ajax de internationale top bereikt. Als zij vertrekken, moeten we dat van onderuit opvangen. Juventus koopt spelers om het elftal beter te maken. Ze hebben nu Ronaldo en beschikten in het verleden ook over de Nedved’s, Del Piero’s en Zidane’s van deze wereld.”

'En vervolgens werd er geklapt en geapplaudisseerd toen we de winkel uitkwamen. Dat zijn heel andere dimensies. En dan ben ik uiteraard geen Ronaldo of Buffon'

“Natuurlijk is Italië ook een groter land, en wonen er ook veel meer Italianen all over the world. Als wij met Juventus naar Napoli of Brescia gingen, stonden er duizenden Juve-fans bij het hotel. Dat is in Nederland niet het geval als wij met Ajax bijvoorbeeld naar Limburg gaan. Het ligt ook in de aard van de mensen. Een Italiaan is veel emotioneler. Wil ook sneller aan je zitten. Dat vind ik wel fijn aan Nederland, dat je je vrij kunt bewegen.”

Fascinatie voor voetballers
Van der Sar ervoer dat de fascinatie voor voetballers groot is. “Ik ging een keer winkelen in Milaan met mijn vrouw. Op gegeven moment zei ze: ‘moet je buiten kijken’. Stond er 40 man voor de etalage om te kijken wat ik aan het passen was. En vervolgens werd er geklapt en geapplaudisseerd toen we de winkel uitkwamen. Dat zijn heel andere dimensies. En dan ben ik uiteraard geen Ronaldo of Buffon. De adoratie is hoog in Italië. Tegelijkertijd kan er ook afbreuk zijn. Als je verliest, is de kritiek ook veel harder.”

In de kleedkamer van Juventus ging het met z’n teamgenoten zelden over de eindstrijd van '96. Indachtig ook hoe de persoon Van der Sar is. “Ik kijk liever vooruit.” De finales van 1995 en 1996 heeft hij nooit in z’n geheel teruggezien. “Wel flitsen natuurlijk, maar meer niet. Ooit heb ik in een DVD-winkel een DVD over 1995 gekocht. Die was in de uitverkoop. Maar ik heb ‘m niet gezien, nooit aan toegekomen.”

Elftal minder dan een jaar eerder
De finale van een jaar later betitelt hij als ‘teleurstellend'. “Vooral het tegendoelpunt. Frank (de Boer) probeerde de bal te schampen, maar raakte ‘m iets te vol. Ik was al onderweg en dacht: ik heb de bal of ik dwing ‘m (Ravanelli) in ieder geval naar de buitenkant. Eigenlijk vanuit een onmogelijke hoek schoot Ravanelli ‘m nog binnen. Uiteindelijk hadden we gewoon teveel blessures. Het jaar was te zwaar geweest en de selectie niet groot genoeg voor het aantal wedstrijden. Het niveau van het elftal was niet meer zo hoog als in 1995.”

De basiself van Ajax tijdens de Champions League-finale in 1996.
De basiself van Ajax tijdens de Champions League-finale in 1996.

Familiejongen Ronaldo
De huidige ster van Juventus, Cristiano Ronaldo, kent Van der Sar nog uit zijn tijd als voetballer. Ze speelden samen bij Manchester United. “Toen stond hij aan het begin van zijn ambitie om de beste voetballer ter wereld te worden. Het mooie was dat hij dat ook altijd uitsprak. Dat zeggen natuurlijk meer mensen, maar hij heeft er ook echt de tijd en energie ingestoken. Die buikspieren komen niet zomaar uit een potje. Verder deed hij veel krachttraining, had hij z’n eigen chef en pakte hij goed zijn rust. Uitgaan was ook niet echt z’n ding.”

“Van binnenuit is hij een aardige gozer. Een echte familiejongen. Als we kinderen mee hadden, mijn zoon of die van Paul Scholes, liep hij altijd een beetje te spelen met ze. Toen was hij alleen nog niet zo groot als-ie nu is. Kon je hem nog echt bereiken in het veld, met bepaalde zaken. Hem op z’n flikker geven en dan luisterde hij ook wel. Nu is hij nog vele malen groter. In het veld is hij minder dynamisch geworden en wacht-ie meer z’n kansen af in plaats van die lange afstanden zelf te maken. Als hij woensdag speelt, zoek ik hem zeker even op na afloop.”

Lees ook: Profiel Juventus: alleenheerser in Italië, ogen op Europa
Bekijk ook
: 'Een van de 3 clubs waar je liever niet tegen speelt'

Tekst: Ajax.nl
Beeld: Ajax.nl & Pro Shots